|
Nokian WR winterbanden - ervaringen na drieduizend kilometer in diverse omstandigheden |
|
|
Banden Dries monteerde ze op nieuwe velgen op een Mercedes C 220 CDI met volautomatische versnellingsbak. Zeker geen lichte wagen, maar dank zij de Common Rail-technologie toch behoorlijk vinnig. Verder nog uitgerust met ABS, BAS, ERP, ESP en ASR. Een intelligente automaat dus, die in moeilijke omstandigheden zeker het volle rendement uit de Nokians zou halen. |
|
|
|
De eerste fase: circa duizend kilometer op droge en op natte wegen in een veel te warme Belgische winter. Twee opvallende punten: die vervelende vibratie die ons al enkele weken tergde achteraan rechts aan de bovenkant van de snelheidsgrens zijn we kwijt. Dat lag dus duidelijk aan de originele band op de originele velg. Tweede opvallend punt: de winterband is heel wat comfortabeler dan de standaard voorziene (zomer)band. Zeer zacht en soepel bollend, geen vibraties, geen rolgeluiden. Een uiterst positieve ervaring dus. Maar tijdens de eerste weken is de temperatuur vaak aan de (te) hoge kant voor deze winterband. Deze voelt zich immers pas echt in zijn nopjes vanaf 7 graden en minder. We rijden nu geregeld bij 15 tot 16 graden, en dat is niet het ideale werkgebied van de Nokians: de speciale rubbersamenstelling wordt dan te soepel. Onder gewone omstandigheden merk je daar weinig of niets van, maar bij (zeer) hoge snelheden en (zeer) sterke zijdelingse rukwinden moet je echt actief de wagen onder controle houden. De soepele zijflanken van de band geven de indruk dat de wagen uit koers geraakt, maar na enkele kilometers in die omstandigheden merk je dat dat slechts een subjectief gevoel is: de loopzool van de band blijft aan de weg kleven en de auto blijft daardoor goed in koers: het zijn de zijflanken die meegeven zodat de auto bij zware rukwinden licht naast zijn eigen spoor bolt. En je voelt dat! In de achteruitkijkspiegel merk je echter dat alles onder controle blijft. Je ziet een duidelijk afgelijnd droogspoor op het natte wegdek en vooral: het blijft mooi recht. Toch went het niet zo snel en louter gevoelsmatig lijkt het voorzichtiger te proberen op actieve manier de auto onder controle te houden. Op de Belgische snelwegen zijn die snelheden echter absoluut uit den boze, zodat het verschijnsel zich daar zelden of nooit zal voordoen. Op natte en zeer natte wegen presteert de band buitengewoon goed. De achteruitkijkspiegel toont weer het scherp afgelijnd spoor van de perfect drooggezogen trajecten. Het is duidelijk dat aquaplanning zo goed als onmogelijk is met deze band. De diepe groeven zorgen voor een perfecte afvoer van het water, vreemd genoeg zonder de spectaculaire nevels die zo kenmerkend waren voor de vroegere regenbanden zoals de Dunlop SP Sport Aquajet met zijn talrijke uitstroomkanalen. Enkele weken later breekt het skiseizoen aan. Tijd dus voor het tweede deel van het verhaal. In de Beierse Alpen daalt de temperatuur flink en nu voelen de Nokians zich pas echt in hun sas. Steile besneeuwde hellingen blijken verrassend goed te nemen. Maar als we op grotere hoogte komen, wordt de sneeuwlaag dunner en het waarschuwingslampje van de ASR flitst geregeld op: we zijn nu op ijs aan het rijden en de computer is druk bezig het doorslippen van de wielen te voorkomen. Snelheid minderen is dus aangewezen. Toch blijft de band het verrassend goed doen. Dit was een onverwachte meevaller en we vragen ons af waarom er ook sneeuwkettingen bestaan. Wanneer is het echt nodig die te gebruiken en wat kan met winterbanden en wat niet? Een kleine handleiding voor de onervaren bergrijder zou niet slecht zijn. We zullen dus moeten leren met vallen en opstaan. De volgende dag zijn de zware wolken vrijgevig met verse sneeuw en de ruimingsploegen kunnen niet overal tegelijk zijn. Ons gehuurde chalet ligt midden in een grote alpenweide en de erg steil aflopende toegangsweg is volledig verdwenen en opgegaan in de rest van het sneeuwlandschap: niets meer te zien buiten de zwart-oranje markeerpalen. Na een honderdtal meter bochtige afdaling is er de openbare weg, dat weten we nog. Één smalle rijstrook, ofwel negentig graden naar rechts ofwel negentig graden naar links. Rechtdoor kan ook: één tot anderhalve meter pal naar beneden een weide in, en dan de helling af tot... ja tot waar? Misschien wel tot op het dak van de supermarkt in de vallei, zevenhonderd meter lager... We zullen nu snel leren waar de het grensgebied van de winterbanden eindigt en waar dat van de sneeuwkettingen begint. Voorzichtig beginnen we aan de steile afdaling, in handgeschakelde eerste. Toch krijgen we meer vaart dan nodig. Behoedzaam afremmen dus. De ABS treedt meteen in werking, maar snelheid minderen doen we niet! De Mercedes is duidelijk te zwaar voor deze afdaling. Even snel de zaak inschatten. Dit loopt slecht af. Nog een dertigtal meter... Links en rechts is de sneeuw losser en dieper, zo'n twintig tot dertig centimeter. Liever dat dan een duik in de weide. Na enkele meters staan we zo goed als stil. Voilà, dat weten we dan weeral. Op de skipistes rijden de sneeuwmachines steil omhoog en omlaag, op ijs en sneeuw, maar die doen dat dan wel op extra brede rupsen... We hebben de les begrepen. De kettingen, dus. Het zijn de Königs van Banden Dries. Nu gaat het probleemloos. De dag daarna moeten we naar Oberau via een van de steilst klimmende wegen van Europa. Na een onoverzichtelijke bocht doemen plots een vijftal stilstaande auto's op, kriskras over de weg, allemaal met Duitse nummerplaat. Enkele met kettingen, enkele zonder, voorwielaandrijving, achterwielaandrijving... Het maakt blijkbaar niet uit. Het verkeersbord is anders wel duidelijk: 24 % steil omhoog, en dat op een tot ijs geplette sneeuwlaag met daarbovenop een tiental centimeter verse sneeuw. Iedereen wacht dus braaf op de sneeuwploeg die vandaag blijkbaar abnormaal laat is. Als we uit de auto stappen kunnen we ons amper rechtop houden: zo'n weg is totaal onberijdbaar en we vragen ons af waarom die niet afgesloten was...
Bij de kettingen zit een kleine handleiding. Bij de Nokians had dat ook wel gemogen: de buitengewoon gunstige ervaringen van de eerste dagen doen je immers geloven dat je op toverdingen rijdt... Een summiere beschrijving van wat wél en niet kan, zou tot meer realistisch rijgedrag kunnen aansporen.
Samengevat: de Nokians leveren buitengewoon goede prestaties op droge en natte vlakke wegen met weliswaar een schijnbaar verhoogde zijwindgevoeligheid (maar dan wel enkel bij zware rukwinden en Duitse snelheden). Buitengewoon goede prestaties ook op verse en op aangedrukte sneeuw. Zeer goede zelfs op ijs, mits de nodige voorzichtigheid, ook nog op normale hellingen. Het loopt pas mis als je denkt op rupsen te rijden en je dat ook probeert op abnormaal steile hellingen: we hebben vierwielaangedreven jeeps met vonkende kettingen zien doorslippen terwijl ze probeerden de helling toch op te komen. Daar blijf je met een gewone auto weg. De Nokians hadden ons dat even doen vergeten... Zijn er betere winterbanden? We hebben er in elk geval geen gezien. Waar wij bleven steken, stond iedereen stil. |