FileMaker Tip 239
![]()
Globals en variabelen (deel 2)
We weten al, sinds de vorige tip, dat we tijdelijke waarden kunnen opslaan in globale velden. Vanaf FileMaker 8 beschikken we ook over variabelen. We kunnen die definiëren in scripts en in calculaties.
De logische vraag is nu: wat is het verschil tussen globale velden en variabelen?
Global fields zijn echte velden, ze kunnen dus voorkomen op een lay-out. Copy en Paste werken enkel op die velden als ze ook op de lay-out staan.
Variabelen bestaan enkel zodra ze gecreëerd worden: in scripts (via de scriptstap Set Variable) of in calculaties (voorbeeld via de Let-functie) of in file-paden.
Een variabele moet een naam hebben. Daar beslissen we zelf over. Het eerste teken moet echter een dollar-teken zijn (twee mag ook). Één dollarteken betekent dat de variabele een korte levensduur heeft: hij is alleen bekend binnen het script. Meteen nadat het script is afgewerkt, is hij verdwenen. Zo'n variabele noemen we een local variable.
De variabele met de twee dollartekens is een global variable en die is een iets langer leven beschoren: hij gaat vrolijk verder zolang het bestand geopend is (en is dus geldig in alle scripts van dat bestand).
Nog een verschilpunt tussen de variabelen en de globals: globals zijn locally stored, dus ze kunnen verschillende waarden bevatten per gebruiker. Variabelen daarentegen behouden hun waarde zoals ze in bijvoorbeeld een script gedefinieerd zijn: die is voor iedereen dezelfde!.
Terug naar het selectiemenu voor de tips.